28 Feb 2017

Winnaar: Marianne Van Boxelaere

0 Comment

Met haar essay ‘Fifty Grades of Shame’ won Marianne Van Boxelaere de Marie Kleine-Gartman Essayprijs. Een voorstelling van het Duitse performancecollectief She She Pop vormt de aanleiding voor een verkenning van het begrip ‘schaamte’. Wat is de onderliggende dynamiek, hoe wordt het door kunstenaars en politici ingezet, en hoe kan het benut worden om verandering te bewerkstelligen?

De jury is van mening dat Van Boxelaere zich met dit essay echt een uitdaging heeft gesteld. Het essay gaat in op het belang van theater, als middel of plaats om te reflecteren op het eigen gedrag. Daarbij biedt de auteur zicht op enkele mechanismen binnen het theater, en de mogelijkheid die deze bieden om maatschappelijke processen in gang te zetten – ten goede of ten kwade. Het essay is vlot geschreven en heeft ook zelf iets theatraals.

Marianne Van Boxelaere (2017)
Marianne Van Boxelaere (1985) woont en werkt in Brussel. Ze studeerde Kunst-, Muziek- en Theaterwetenschappen aan de universiteiten van Gent en Barcelona, en Cultuurmanagement aan de universiteit van Antwerpen. Als redacteur van BOZAR schrijft ze artikelen, bezoekersgidsen, concert- en theaterprogramma’s. Daarnaast is ze speechschrijver van parlementslid Yamila Idrissi en experimenteert ze met allerlei literaire genres. In 2016 was ze curator van het sociaal-artistiek project Imago Mundi Belgium. In 2017 won ze de Marie Kleine-Gartman Essayprijs met als thema ‘Kunst in tijden van onrust’.

Zie ook: www.mariannevanboxelaere.be

Lees onderstaand het essay, zoals het is gepubliceerd in De Groene Amsterdammer (#12, 22 maart 2017).

VIJFTIG TINTEN SCHAAMTE

Een gezonde portie schroom kan helpen om enkele universele normen en waarden te versterken. Het theater kan daarbij werken als een spiegel.

We schamen ons omdat we de titel van ons toneelstuk zijn gaan halen bij een populaire sadomaso-bestseller [1]. We schamen ons omdat we in deze roman een existentiële drang bespeuren die belicht hoe moeilijk het is om je als mens te bevrijden en je volle potentieel te verzilveren [2]. We voelen plaatsvervangende schaamte voor de schaamteloosheid van Christian [3]. We voelen plaatsvervangende schaamte voor de schaamteloosheid van volksmenners [4]. We schamen ons voor rechts en links [5]. We schamen ons omdat we meermaals per dag van mening veranderen en daar hoegenaamd geen been in zien [6]. We schamen ons voor darkrooms en dildo’s [7]. We schamen ons omdat ook wij niks anders hebben geleerd dan onze eigen levens centraal te stellen en van daaruit alles te beschouwen [8].

‘Wij’ zijn de acteurs van het Berlijnse performancecollectief She She Pop en ‘ik’, de toeschouwer slash voyeur in het publiek van 50 Grades of Shame. ‘Zij’ stellen aan het begin van het theaterstuk voor om uit de kleren te gaan en seks met elkaar te hebben. ‘In naam van zelfontplooiing en wetenschap brengt iedereen de ander iets bij, zodat we aan het einde van de voorstelling beschikken over een rijkgeschakeerd spectrum van prikkels en ervaringen.’ Eén verdwaalde grinnik en wat ongemakkelijk geschuifel lokt het voorstel uit. Verder niets, allicht, we zouden door de grond zakken van schaamte. Sommigen zouden sterven [9].

50 Grades of Shame gespeeld door She She Pop © Doro Tuch
50 Grades of Shame gespeeld door She She Pop © Doro Tuch

***

De Duits-joodse filosoof Max Scheler maakte in zijn studie Über Scham und Schamgefühl (1913) een onderscheid tussen schaamte in het lichaam en schaamte in de geest. Volwassenen ondervinden in de eerste plaats fysieke schaamte, kinderen psychische schaamte [10].

Hoe schaamte mettertijd meticuleus werd opgebouwd in onze ledematen illustreert het performancecollectief met een bloemlezing uit een populaire roman die verhaalt over de verhouding tussen de waanzinnig succesvolle Christian en de literatuurstudente Anastasia, een jonkvrouw, in ieder geval tien bladzijden lang. Het boek helpt Sebastian Bark van She She Pop de grenzen van de lichamelijke gêne te overstijgen, maar niet voordat hij het juk van de stereotypie van zich heeft afgeworpen en ‘vrouw wordt’. Ook actrice Lisa Lucassen goochelt met gender. Als een volleerde Christian Grey stapt ze een denkbeeldige kroeg binnen en zet ze zich aan de toog. Sebastian alias Anastasia zit ook in die kroeg en vangt zijn blik op. Christian houdt van de verlegen blos op haar wangen en laat een Moscow Mule aanrukken. O! Dankjewel. Euh. Kom je hier vaak? Anastasia heeft er niets van begrepen. Regel 1, Christian beantwoordt geen vragen, regel 2, zij hoort er geen te stellen en 3, hou op met dat zenuwachtig gefrunnik aan je trui en stap in mijn helikopter. Hij neemt haar mee naar huis en parkeert haar in de woonkamer van zijn loft. Zij kijkt verwonderd naar de weelderige raampartij.

Oké.

Ja, doe maar, kijk verwonderd.

Euh: ‘Waauw.’

Zij duwt hem tegen het glas en zegt: ‘I want you, Anastasia.’ Hij heeft het boek ook gelezen en weet wat er volgt. ‘Does this mean you’re going to make love to me tonight, Christian?’ Zij zegt: ‘No Anastasia, it doesn’t. I don’t make love. I fuck… hard.’ [11].

***

Hoe schaamte mettertijd meticuleus werd opgebouwd in onze geest illustreert het gezelschap aan de hand van fragmenten uit Frühlings Erwachen (‘Voorjaarsontwaken’) van Frank Wedekind: een ‘kindertragedie’ die de onderdrukking van ontluikende seksualiteit bij tieners blootlegt en verbeeldt hoe dat kan uitdraaien op een episch drama [12]. Wedekind schreef het stuk aan het einde van de negentiende eeuw als aanklacht tegen een burgerlijke moraal die doortrokken was van verstikkende fatsoensnormen. Maar de draagwijdte en diepgang van de aanklacht werden uitgegomd toen verdrukking plaatsmaakte voor experiment en seksuele emancipatie een obligatoir nummertje werd [13].

Kader de verknipte theaterdialogen over schaamte in een westerse samenleving waarin het politieke discours bol staat van de schaamteloze emoties, en je merkt hoe cultuur en politiek meer met elkaar van doen hebben dan gewenst. ‘Politiek’ wordt doorgaans gezien als het openbare speelterrein van politieke partijen die oplossingen zoeken voor maatschappelijke problemen, in het beste geval. Cultuur is daarentegen persoonlijker. Het zou ons vervolmaken als individuen en bijdragen tot de ontwikkeling van een rijk geschakeerde identiteit. Maar het persoonlijke is niet ondergeschikt aan het politieke. Het persoonlijke ís politiek, zoals vrouwen al een halve eeuw geleden schreeuwden vanachter hun kookpotten. ‘There are no personal solutions at this time. There is only collective action for a collective solution.’ Daarmee doelden ze op het bespreekbaar maken van persoonlijke worstelingen met seks, uiterlijk, kinderen en huishouden zodat er met z’n allen naar een oplossing kon worden gezocht [14].

Theater leent zich uitstekend voor het ontsluieren van schaamte in het nietsverhullende licht van de openbaarheid. Menig sociaal-maatschappelijk drama kan worden afgewend zodra toeschouwers hun eigen verhaal projecteren op een voorstelling en verder improviseren op het thema. Toeschouwers worden dan acteurs, samen zetten ze de motor van verandering in gang.

No shame! [15].

***

In tegenstelling tot angst, woede, vreugde en verdriet behoort schaamte niet tot de primaire draaimolen van gevoelens, maar ontstaat ze binnen de geborgenheid van een samenleving [16]. Schaamte overleeft het best in symbiose met sociale, religieuze, culturele en juridische regels, met oerconventionele knikkers als respect voor ouderen of eten met mes en vork [17]. Schaamte ontstaat wanneer een dominante groep erin slaagt een norm van wat ‘normaal’ is te vestigen. Als je de spelregels overtreedt en je daarmee wordt geconfronteerd, ervaar je zo’n gevoel van schaamte of ‘sociale pijn’, aldus socioloog Joop Goudsblom [18].

‘Shame on you!’ [19]

Deze sociale pijn versterkt de groepsbinding volgens biologische evolutionisten [20]. De mens als zwakke aap heeft de groep nodig om te overleven: het schaamtegevoel moedigt individuen aan om zich te conformeren aan de regels en groepsgedrag te kalibreren in de hoopgevende richting van de standaard. Met vergelijkbare argumenten beschouwt socioloog Norbert Elias schaamte als een cultuurvormende prikkel [21]. Door schaamte leren mensen hun directe impulsen te beheersen en zich aan afgesproken leefregels te houden [22]. Shaming dus.

Confucius beschreef 2500 jaar geleden het morele ideaal van een junzi, iemand die heeft geleerd om te allen tijde correct te handelen. Het volk dat deze vaardigheid ontwikkelt, heeft volgens Confucius geen wetten meer nodig omdat iedereen vanzelf al doet wat correct is. Junzi doen dit niet uit angst voor repercussies maar uit angst om beschaamd te worden [23].

Er is wel een onderscheid tussen good shaming en bad shaming [24]. Beschamen mag niet te sterk of te zwak zijn en niet te kort of te lang duren, het moet relevant blijven binnen het morele kader van de samenleving. In de aflevering ‘How to Grow a Bully’ van de podcast Invisibilia volgen reporters Lulu Miller en Alix Spiegel een man op de voet die bruut gedrag van treinreizigers post op Twitter. Zijn poging om mensen een lesje in wellevendheid te leren werpt vruchten af, tot hij een brug te ver gaat en mensen beschaamt die dakloos zijn of bedelen [25].

Schaamte krijgt ook onterecht een functie toebedeeld in de rechtspraak, zegt hoogleraar ethiek en rechtsfilosofie Martha Nussbaum [26]. Ze haalt het voorbeeld aan van een wetsvoorstel in Arizona waarin volksvertegenwoordigers pleiten voor bumperstickers die het rijgedrag van roekeloze chauffeurs beschamen [27]. ‘Dit staat loodrecht op de verantwoordelijkheid van een staat om de menselijke waardigheid te beschermen’ [28].

***

Hoe kan de zo veelzijdig verbeelde schaamte van She She Pops toneelstuk vrijheid in plaats van verdrukking opleveren? Als toeschouwers zich na de voorstelling niet actief smijten in de strijd voor verandering, dan kan het schaamtegevoel zélf nog dienen als vreedzame vorm van verzet [29]. Niet dat we moeten teruggrijpen naar de ezelsoren, schandpalen en brandmerken [30], maar een gezonde portie schroom kan helpen om enkele universele normen en waarden te versterken [31].

Good shaming speelt een van de hoofdrollen in de morele revoluties van filosoof Kwame Anthony Appiah. Wat we eervol vinden en waarvoor we ons schamen verandert voortdurend, er zit best veel speling op de berekening van de standaard conform cultuur en zeitgeist [32]. Revoluties van morele veranderingen zijn niet gestoeld op rationele argumenten maar veeleer op gevoelens van eer en het beschamen van kwalijke praktijken als slavernij en het afbinden van vrouwenvoeten, zegt hij [33]. Waren ze tijdenlang de gewoonste zaak van de wereld, dan wekken ze nu schaamte op. Als we dus iets willen veranderen aan de wereld, dan moeten we ons richten op deze gevoelens van eer en schaamte [34].

***

Lyla Mehta en Synne Movik pasten Appiah’s these toe in hun onderzoek Shit Matters dat als doel had de hygiënische omstandigheden in landelijke regio’s van Bangladesh, India, Indonesië en Afrika te verbeteren. Ondanks de groeiende aandacht voor het belang van sanitaire voorzieningen merkten de wetenschappers dat vele top-down-benaderingen flopten omdat het louter installeren van latrines niet garant stond voor een daadwerkelijke bediening ervan. Om de gewoonte van openbare ontlasting te veranderen, moesten Mehta en Movik een andere methode uit de kast trekken. Ze namen de dorpsbewoners mee op een ‘Walk of Shame’ [35]. Samen telden ze de menselijke stronten langs de kant van de weg en markeerden ze de hoopjes met een vlag waarop de naam van de maker was opgetekend [36]. ’s Nachts patrouilleerden ze door de dorpen om hun zaklamp te flashen op hurkende nachtkakkers [37]. Na een tijdje groeide het schaamtegevoel bij de dorpsbewoners evenredig aan het gebruik van latrines.

***

Soms is zo’n kinderlijke aanpak alles wat je nodig hebt. Toen zoutrijk voedsel in Finland werd gemerkt met Better Choice!-labels die de consument doorverwezen naar gezondere opties pakten multinationals op slag uit met worsten, ham en spek die tot 25 procent minder zout bevatten [38]. Met deze vlezige faits divers in gedachten verlaat ik de theaterzaal nadat de laatste woorden zijn gevallen. De blote-billen-en-borstenparade die het voorbije anderhalf uur langs mijn neus is voorbijgetrokken heeft er vast ook iets mee te maken. Wat een zonderling theaterstuk. De scenografie, de projecties, de plaats van de acteurs op het podium, de belichting en de muziek, alles is vol van betekenis en toch kan ik er geen hoogte van krijgen [39]. Het is een van die voorstellingen die zich nestelt in je memorie en eerst met de tijd haar werkelijke waarde zal prijsgeven.

Meestal is er meer nodig om nieuwe normen te bekrachtigen, lees: meer exposure. Enkele jaren geleden beschaamde de VN-Veiligheidsraad bedrijven die coltan importeerden uit de Congolese mijnbouw en zodoende gewapende conflicten in Afrika consolideerden. Nieuwe regelgeving verplichtte ze om de afkomst van de mineralen aanwezig in hun producten op de verpakking te zetten. Uit vrees voor negatieve ruchtbaarheid werd import-export uit conflictgebieden afgebouwd [40]. Maar regels die niet op tijd worden geïnstitutionaliseerd kunnen de norm weer doen instorten. Neem bont: in 1994 gingen modellen liever uit de kleren dan bont te dragen in de campagne I’d Rather Go Naked Than Wear Fur, maar de laatste jaren maakt bont weer zeventig procent van de wintercollecties van roemrijke modeontwerpers uit [41].

***

Wie kan nieuwe normen invoeren en bekrachtigen? Overheden of supranationale instituten, denk aan het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, de scheiding van kerk en staat of de eenkindpolitiek van Mao Zedong. Ook religieuze gemeenschappen, milieuverenigingen, mensenrechtenorganisaties en zelfs banken zijn normbepalers. Tot halfweg 1970 was er een ongeschreven regel in zwang die banken op Wall Street ervan weerhield om te investeren in hostile takeovers – overnames van een bedrijf door een ander bedrijf zonder dat het eerste daar toestemming voor geeft. Deze stille afspraak werd geschonden in 1974, toen Morgan Stanley de takeover van Electric Storage Battery hielp financieren door International Nickel. Morgan Stanley stond toen bekend als een van de voornaamste banken van Wall Street. Deze casus maakte hostile takeovers gaandeweg aanvaardbaar [42].

Ook leiders kunnen normen bepalen. Rechtswetenschapper Cass Sunstein noemt vermeldenswaardige leiders ‘norm entrepreneurs’ en sleurt er meteen mariene bioloog Rachel Carson, kok Jamie Oliver en Mechai Viravaidya alias Mister Condom bij, de man die familieplanning populair maakte in Thailand. Juist omdat zij het respect en vertrouwen hebben gewonnen van een breed publiek bevinden ze zich in de ideale positie om schaamte als machtsinstrument in te zetten [43].

***

Bogotá, 1993. Radicale studenten demonstreren in de universiteit van rector Antanas Mockus, zoon van Litouwse immigranten, academicus met een meestergraad in wiskunde en filosofie, en de voorzitter van Colombia’s Universidad Nacional. Omdat deze er maar niet in slaagt boven het rumoer van tweeduizend studenten uit te komen, laat hij zijn broek zakken en moont hij naar de crowd [44]. Hij krijgt aandacht.

Hij verloor ook zijn baan. Maar deze daad van schaamteloosheid maakte zijn entree in de regering mogelijk. In enquêtes noemden Colombianen ‘die gekke Mockus’ als kanshebber voor de post van burgemeester. Hij besloot om deel te nemen aan de verkiezingen en voerde campagne in een rood en geel Superman-pak. Met niets anders dan zijn notoire reputatie en achtduizend dollar – een van de goedkoopste verkiezingscampagnes in de geschiedenis van Colombia – won Mockus de verkiezingen.

Bogotá’s nieuwe burgemeester erfde een zware stad vol politieke kidnappings, moorden en bombardementen door drugskartels. In het midden van de jaren negentig lag Colombia’s moord- en geweldcijfer vijf keer hoger dan het Latijns-Amerikaanse gemiddelde, wat sowieso al stukken hoger lag dan het moordcijfer in de rest van de wereld. Terugblikkend op de beginjaren van zijn burgemeesterschap lichtte Mockus tijdens een lezing aan het Massachusetts Institute of Technology (MIT) toe dat Colombianen zich netjes gedroegen in hun privé-sfeer, maar dat dit goede gedrag verdampte zodra ze zich omhulden door de anonimiteit van de openbare sfeer, en dat was het grootste probleem.

Zijn eerste target was om Bogotá veiliger te maken voor weggebruikers door een cultuur van zelfregulering te cultiveren. Niet door meer blauw op straat, maar door meer mimespelers op straat. Twintig pantomimers op drukke kruispunten imiteerden tijdens de spitsuren het gedrag van roekeloze weggebruikers en dreven de spot met bestuurders die geen gordel droegen of buitensporig claxonneerden [45]. De spelers werden waanzinnig populair en de stad moest al snel honderden extra acteurs inhuren. Tussen 1995 en 2002 daalde het aantal verkeersdoden met de helft.

Antanas Mockus wist hoe hij aandachtsspelletjes moest spelen. In 2001 zette hij een avond voor vrouwen op touw waarbij de mannen van de stad werden opgeroepen om thuis voor de kinderen te zorgen. In periodes van waterschaarste liet de burgemeester zich naakt filmen onder de douche terwijl hij uitgebreid illustreerde hoe hij de waterkraan dichtdraaide tijdens het inzepen [46]. Hij trouwde in een circus op een olifant [47], verscheen op vergaderingen met een fopspeen in de mond [48] en sneed een hartjesvorm uit zijn kogelvrije vest ter hoogte van zijn eigen hart [49].

Bogotá, dat destijds samen met eeuwige rivaal Medellín de internationale ranglijst van minst benijdenswaardige metropolen aanvoerde, groeide onder Mockus uit tot een modelmetropool met fietslanen, een spraakmakend openbaarvervoerssysteem en een veerkrachtig sociaal middenveld – mede doordat hij ongegeneerd durfde koorddansen op de broze scheidingslijn tussen schaamte en schaamteloosheid [50].

[omhoog]