Geschiedenis

Marie Kleine-Gartman in haar rol als juffrouw Serklaas in het gelijknamige toneelstuk van H.J. Schimmel. Plaats en datum onbekend.

Het Nederlandsch Tooneelverbond werd in 1870 opgericht door drie Amsterdamse intellectuelen: jurist, letterkundige en politicus Jacob Nicolaas van Hall (1840-1918), de bankier, dichter en toneelschrijver Hendrik Jan Schimmel (1823-1906) en de gevierde actrice Marie Kleine-Gartman (1818-1885). Zij vonden dat er een eind moest komen aan wat zij als het verval van het Nederlandse toneel beschouwden: schmierende toneelspelers, brallende toeschouwers en veel te veel theater dat op kermisvermaak begon te lijken.

In de jaren die volgden ontwikkelde het Toneelverbond zich tot een vereniging van formaat, met grote invloed op het Nederlandse toneelleven. Het stond aan de wieg van de Toneelschool en het Amsterdamse Toneel Gezelschap, huisbespeler van de Stadsschouwburg Amsterdam. Daarnaast pleitte het voor een hervorming van de toneelgezelschappen, die hun artistieke beslissingen steeds maar weer ondergeschikt maakten aan commerciële belangen. Ook behartigde het Verbond de belangen van de toneelspelers en stond het aan de basis van het latere Weduwenpensioen.

Sinds 1882 had het Toneelverbond een eigen orgaan: Het Nederlandsch Tooneel – kritiek en kroniek. De kwaliteit van het toneel gaat er pas op vooruit als ook de deskundigheid van de toeschouwer groter wordt, zo was de gedachte. Gaandeweg groeide Het Nederlands Tooneel uit tot het vakblad voor toneel.

Het ‘nieuwe’ Toneelverbond
Na de Tweede Wereldoorlog nam het belang van het Toneelverbond zienderogen af. Er kwam een subsidiestelsel, de taak van belangenbehartiging werd overgenomen door de vakbonden en de pensioenfondsen. Tot 1996 bleef het Toneelverbond de eigenaar van het vakblad dat 117 jaargangen beleefde en onder verschillende namen was verschenen (de laatste was Toneel Theatraal).*

Na publicatie van het laatste nummer van Toneel Theatraal in 1996 had het Nederlands Toneelverbond opgeheven kunnen worden. Dit is niet gebeurd. De laatste hoofdredacteur, Sonja van der Valk, en een aantal bestuursleden onder wie Elsbeth Polak meenden het kapitaal van het Toneelverbond goed te kunnen besteden. Zij waren nauw betrokken geweest bij het reilen en zeilen van Toneel Theatraal en wisten dat jong kritisch talent bij gebrek aan financiële middelen nauwelijks de vleugels kon uitslaan. Zij constateerden ook dat er in Nederland een traditie ontbrak in het essayistische schrijven over toneel. Het ondersteunen van jong talent en de bevordering van het essayistisch schrijven werd de doelstelling van het ‘nieuwe’ Toneelverbond.

Als het kleine zusje onder de culturele fondsen subsidieerde het Nederlands Toneelverbond tussen 1996 en 2012 verschillende initiatieven, van het digitale platform Moose en Theaterschrift Lucifer, tot het Domein voor Kunstkritiek. Het ondersteunde het werk van schrijvende dramaturgen en reizende journalisten.

In 2005 kende het Nederlands Toneelverbond voor het eerst de Marie Kleine-Gartman Pen toe. Hiermee werd jaarlijks één theaterbeschouwer of kunstenaar in staat gesteld om zijn of haar gedroomde theateressay te schrijven. Het format was dat de penhouders zelf hun opvolgers kozen. De overdracht vond telkens plaats tijdens het Feest der Kritiek, een feestelijke en intellectueel inspirerende bijeenkomst in de context van het Theaterfestival. Later ging dit samen met de uitreiking van de Taalunie Toneelschrijfprijs. De essays die de penhouders schreven, werden gepubliceerd op de site van het Toneelverbond of in theatervakblad TM. Het Toneelverbond werkte samen met TM, het Domein voor Kunstkritiek, Theater Instituut Nederland, de Taalunie, het Theaterfestival en Vlaams cultuurhuis de Brakke Grond.

Onderstaand de laureaten en de titels van hun essays:
Ellen Walraven, ‘Als de kunst zichzelf niet helpt, doet niemand het’ (2005)
Lotte van den Berg, ‘Het mogelijk onmogelijke’ (2006)
Igor Dobricic, ‘Misery and Sophistication. An Anecdote and a Statement’ (2007)
Marijke Hoogenboom, ‘Pina ist tot’ (2008)
Eugène van Erven, ‘Theater en het nationale gesprek’ (2009)
Wouter Hillaert, ‘Gezocht: slimme kunstenaars’ (2010)
Pieter De Buysser, ‘Kom binnen, het woordgat gaat beginnen’ (2011)
Freek de Jonge (2012).

Met ingang van 2013 werd de opzet van de prijs aangepast, omdat het Nederlands Toneelverbond voortaan de nadruk wilde leggen op het stimuleren van jong kritisch talent. Sinds 2016 heeft de prijs de vorm van een essaywedstrijd die in samenwerking met De Groene Amsterdammer en De Nieuwe Garde wordt georganiseerd. De laureaten ‘nieuwe stijl’ waren vervolgens Anoek Nuyens (2013), Sébastien Hendrickx (2014), Marianne Van Boxelaere (2016/17) en Maarten De Pourcq (2019).

Nadat zij vele jaren op bezielende wijze leiding had gegeven aan het Nederlands Toneelverbond, droeg Sonja van der Valk in 2017 het stokje over aan een nieuwe generatie. Wij zijn haar dankbaar voor haar onvermoeibare inzet voor verbetering van de kwaliteit en positie van de kunstkritiek en de theaterbeschouwingen in het bijzonder.

Marie Kleine-Gartman
Marie Kleine-Gartman was de grootste Nederlandse actrice van de negentiende eeuw. Op 31 december 1818 werd Marie Gartman geboren als telg uit een acteursgeslacht (haar opa was de acteur en schrijver Johannes Jelgerhuis). De naam Kleine kreeg ze van haar man, de musicus Leonard Kleine; het echtpaar had één dochter.

Vanaf haar zestiende stond zij gedurende vijftig jaar, van 1835 tot 1885, op de planken. Aanvankelijk had zij vooral succes in drama’s en blijspelen, later werd zij ook alom geprezen om haar optreden in treurspelen. Ze onderscheidde zich vooral door haar levensechte, ingetogen spel.

Als eerste actrice van de Koninklijke Vereeniging Het Nederlandsch Tooneel genoot zij groot aanzien. Haar talloze bewonderaars behandelden haar als een echte diva. Studentenverenigingen smeekten haar een erehaag te mogen vormen of haar van de trein naar haar pension te mogen escorteren. Bij een optreden in Zwolle werd zij eens opgewacht door veertien in het wit geklede meisjes die haar met bloemen bestrooiden en haar een boeket en een erewijn overhandigden. Op 21 april 1872 kreeg Kleine-Gartman de gouden ‘medaille voor verdienste’ toegekend door koning Willem III.

Als vrouw met een eigen mening wilde Kleine-Gartman meer dan alleen schitteren als actrice. Haar huis was een pleisterplaats voor toneelmensen, Amsterdamse intellectuelen en leden van de gegoede burgerij. Zij was erelid van Felix Meritis en een van de drie vrouwelijke leden van de kunstenaarsvereniging Arti et Amicitiae. Met de jurist Van Hall en de bankier en toneelschrijver Schimmel nam zij het initiatief tot oprichting van het Nederlandsch Tooneelverbond.

Marie Kleine-Gartman overleed op 30 september 1885 – niet lang na haar afscheidstournee. Haar grafmonument is nog steeds te bewonderen op De Nieuwe Ooster begraafplaats in Amsterdam.

Om haar nagedachtenis levend te houden, heeft het Nederlands Toneelverbond Marie Kleine-Gartman tot beschermvrouwe uitgeroepen. In haar eren wij de kunstenaar die een kritische beschouwing als kans ziet om het theater tot grote hoogte op te stuwen. En dat wil het huidige Nederlands Toneelverbond ook.

* Lees ook: Nico van Rossen, Toneel Theatraal 1872 – 1996, Trouw, 27 december 1996