04 nov 2014

Even voorstellen: Tobias Kokkelmans

0 Comment
 Genomineerde Marie Kleine-Gartman Pen 2014: Tobias Kokkelmans
Tobias Kokkelmans

Tobias Kokkelmans (links)

Tobias Kokkelmans bracht met De aristocratisering van onze infrastructuur een golfslag teweeg die nog altijd na ebt. In het kader van het programma ‘Kunstbeleid over de Grens’ (TF 2014) leverde hij stevige bewijzen voor de vorming van steeds sterkere machtsclusters (of monopolies) aan de top van ons theaterveld.

Zijn essay
Tobias Kokkelmans, dramaturg en publicist maakt een rekensom: De vermindering van het aantal instellingen binnen de Basisinfrastruur (BIS) ging gepaard met een afname van het totale bedrag dat naar de BIS stroomt. Maar blijkt te leiden tot een stijging van het gemiddelde dat een BIS instelling ontvangt. Van 2.3 miljoen (2009- 2012) tot 3.8 miljoen (2012-2016). Hij noemt dit de aristocratisering van de infrastructuur van het Nederlandse theater.

Let wel, dit is het gemiddelde. Dus mocht u nu in het bezit zijn van een BIS-instelling en denken: ‘hee, ik krijg maar 1.5, of 2.5, of 2.5+0.5’; vandaar. Het is een gemiddelde, dat opgeschroefd wordt door bijvoorbeeld het Koninklijk Concertgebouworkest of De Nederlandse Opera.

Maar toch. Die gemiddelde toename maakt het zonneklaar: we zien een kleiner, gemiddeld rijker, sterker dus machtiger centrum ontstaan. We kunnen deze ontwikkeling – die dus al veel eerder dan de bezuinigingsronde is ingezet – als volgt benoemen: een aristocratisering van onze infrastructuur. Dat is dan ook de werkelijke inhoudelijke trend van ons beleid: een aristocratisering van ons kunstenlandschap en onze theatersector.

“Opmerkelijk genoeg leggen de invloedrijkste stemmen in ons veld deze trend geen duimbreed in de weg. In tegendeel. Al jaren, maar zeker sinds het vorige decennium, zijn de volgende meningen veelgehoord: er is teveel overproductie, teveel versnippering, teveel talentloze instroom aan de onderkant die veel te breed wordt. Dus: versmal. En: laat de topinstellingen een ‘trechter’ vormen. Dat wil zeggen: laat de top de beslissing nemen over wie wel en wie niet als het ware nieuwe talent beschouwd mag worden. En: relativeer het begrip ‘vernieuwing’, dat zogenaamd “aan de marge toebehoort. Accentueer in plaats daarvan het begrip ‘vakmanschap’, dat zogenaamd aan het instituten in het centrum toebehoort. (Even terzijde: zowel ‘vernieuwing’ als ‘vakmanschap’ zijn beiden containerbegrippen die noch exclusief aan een marge, noch exclusief aan een centrum toebehoren).

Kortom: de invloedrijkste stemmen in het veld gaan mee met de politieke aristocratiseringstrend: geef meer geld en macht aan de top en minder aan de bodem. Met deze aristocratisering wordt de democratisering van ons kunstenveld niet alleen een halt toegeroepen, maar zelfs teruggedraaid. Een horizontaal landschap wordt geverticaliseerd.”

De Aristocratisering van Onze Infrastructuur is een bewerking van een korte lezing aan de hand van vijf vragen over het Nederlandse theaterbeleid in het kader van het programma ‘Kunstbeleid over de Grens’, georganiseerd door Nieuwe Grond; onderdeel van het Nederlands Theaterfestival (Stadsschouwburg Amsterdam, donderdag 11 september 2014).

Meer lezen van Tobias Kokkelmans?
A Line in the Sand – towards defense strategies for subsidised arts in a neoliberal era – geplubiceerd in ‘Theaterschrift Lucifer #10’
Nederlandse vertaling
William Kentridge: Refuse the Hour – gepubliceerd in ‘Etcetera’

Refuse the hour ©John Hodgkiss

Refuse the hour ©John Hodgkiss


Huilende mannen – De schoonheid van de schaarste in ‘Orfeo’ van De Veenfabriek – gepubliceerd in ‘Theaterschrift Lucifer #9’
Een Molière die geen Molière is – gepubliceerd in ‘Etcetera’

Zijn Curriculum Vitae
Tobias Kokkelmans (1980) studeerde theaterwetenschap en muziekwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. Als dramaturg werkte hij bij o.a. Emio Greco | PC, het Klarafestival (Brussel) en Festival van Vlaanderen Gent , Pascale Platel en het Ro Theater. Hij gaf les bij o.a. de Amsterdamse Theaterschool en het Rotterdamse Codarts Conservatorium. Verder schreef hij voor diverse kunstvakbladen, waaronder Janus, Etcetera, TM – Theatermaker  en Theaterschrift Lucifer. Momenteel is hij verbonden aan Acteursgroep Wunderbaum en Operadagen Rotterdam. Samen met Het Transitiebureau organiseert hij De Agenda  – een reeks vervolggesprekken over de toekomst van het theaterlandschap.

Wat wij van hem wilden weten

Welke theatermaker is jouw favoriet?
Hier heb ik lang over na moeten denken. Ik heb bewust geen favoriet. Dat lijkt een flauw antwoord (en dat is het misschien ook wel), maar het is ook een houding die ik graag wil verdedigen. Wel merk ik dat er steeds meer interesses bijkomen. Er was een tijd dat ik voornamelijk de grote opera- en concerthuizen bezocht, daarna kwam de internationale festival scene erbij en het hedendaagse muziektheater, vervolgens het Nederlandse repertoiretoneel in de grote zaal en de laatste jaren juist veel jonge theatermakers. Dit seizoen hoop ik meer performance art te zien, zowel in theaters, in galeries als in de club scene. En jeugdtheater – niet ’s avonds maar juist overdag. Loek Zonneveld omschreef het laatst mooi in De Theaterkrant: “Nergens is de magische werking van toneel en theater zinderender tastbaar dan in de schoolvoorstelling.”

Zijn er critici waar jij altijd heel scherp op let?
Ik ben mijn eigen grootste criticus. Het lastigst vind ik een evenwicht tussen productieve stelligheid en productieve twijfel. Als ik merk dat die balans scheef zit, kan ik dagenlang boos op mezelf zijn.

Waaraan moet voor jou een goed essay voldoen?
Het mooie van essays is, denk ik, dat ze juist los proberen te komen van strenge kaders. Op Wikipedia staat een prachtig citaat van Allard Schröder: “Waar de wetenschap haar uitspraken het liefst met een haast oudtestamentische gestrengheid doet, lijkt het essay steeds voor de omweg te kiezen door historische dimensie te waarderen en particuliere observaties en door literatuur en andere nevengebieden in aanmerking te nemen. Het heeft daarbij een bredere onzekerheidsmarge nodig, een gebied waar de vlucht der gedachten vrij is, waar de geest mag speculeren en de taal moet verleiden.”

Wat mis je in de hedendaagse theaterkritiek?
Een plek die het TIN innam, mis ik enorm. Dus een instituut waar het hedendaagse theater en de hedendaagse theaterkritiek verbindingen aangaan met het historische perspectief. Marijke Hoogenboom van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten herinnerde mij laatst weer aan dat gemis. Wie weet de bibliotheek van het TIN (nu ondergebracht bij de Universiteit van Amsterdam) nog te vinden, wie maakt er nog gebruik van? Een andere grote zorg: hoe komen we los uit dat neoliberale discours? De kritiek wordt de denkruimte uitgeduwd, de marktplaats op. Tegelijkertijd ontketent die trend allerlei vormen van verzet: critici claimen de denkruimte opnieuw. En dat maakt kritiek weer supersexy. In die zin gaat het ook heel goed met de hedendaagse theaterkritiek. Lange tijd leek er in Nederland een soort smetvrees tussen recensenten, theatermakers en publiek te bestaan, vanuit een angst dat die uitwisseling de onafhankelijkheid zou aantasten. Die angst verdwijnt, godzijdank. En: critici zijn continu op zoek naar nieuwe platforms, verbindingen en vormen van engagement. Dit is dus juist een heel goeie tijd voor critici.

—-
Genomineerde Marie Kleine-Gartman Pen 2014: Evelyne Coussens
Evelyne Coussens © Johan Martens

Evelyne Coussens Johan Martens

 

The P-project: het publiek in zijn blootje van Evelyne Coussens (1980) dat de jury selecteerde voor de Marie Kleine-Gartman Pen Shortlist 2014, is een pleidooi voor het controversiële werk van de Bulgaarse performer Ivo Dimchev, waarin zij een verlangen naar authenticiteit ziet.

P-Project, Ivo Dimchev © Maxmilian Pramatarov

P-Project, Ivo Dimchev © Maxmilian Pramatarov

Haar essay
Waar haar collega Wouter Hillaert Ivo Dimchev kritisch bevroeg op “die ijdele luxe om niets meer te hoeven communiceren, omdat er nergens meer voor te strijden valt.(openbare brief van Hillaert aan Dimchev), schrijft zij:

“Ik lees echter in Dimchevs werk geen spoor van ironie, integendeel, eerder een groot verlangen naar authenticiteit, een hang naar kwetsbaarheid die verenigt – op een bijna ouderwets romantische manier. Die ‘authenticiteit’ – waarvan Dimchev zeer goed beseft dat ze op scène uitermate verdacht is – probeert hij bloot te leggen door elk concept, elke strategie voortdurend om te zetten in haar tegendeel. Dat gebeurt bij uitstek in The P-Project, en het leidt in CAMPO tot een avond van grote ontroering.”

“ Door voortdurend zijn eigen concepten om te keren en in vraag te stellen – who is in charge? – ontsluit hij een ruimte waarin zijn subjecten zich kunnen begeven, als ze durven. Het is een ruimte waarin hun lichamen zich onttrekken aan Dimchevs macht én aan die van het begerige publiek. Deze lichamen zijn volstrekt vrij. Het voor je ogen zien voltrekken van zo’n bevrijding raakt diep.”

The P-project- het publiek in zijn blootje, verscheen eerder in rekto:verso.

P-Project, Ivo Dimchev © Maxmilian Pramatarov

P-Project, Ivo Dimchev © Maxmilian Pramatarov

 

Meer lezen van Evelyne Coussens?
Dit is een pleidooi voor naïviteit – gepubliceerd in ‘De Morgen’
Buitelende blaas vertedert iedereen – gepubliceerd in ‘De Morgen’
Mokhallad Rasem: Hamlet Symphony – gepubliceerd in ‘Etcetera’

Hamlet Symphony, Mokhallad Rasemt © Kurt Van der Elst

Hamlet Symphony, Mokhallad Rasemt © Kurt Van der Elst

Het verlangen naar tekst – gepubliceerd in ‘Ons Erfdeel’
Essay over Thomas Bellinck – gepubliceerd in ‘Etcetera’

 

Evelyne Coussens spreekt tijdens '30 jaar etcetera' © Jonas Maes

Evelyne Coussens spreekt tijdens ’30 jaar etcetera’ © Jonas Maes

Haar Curriculum Vitae:
Evelyne Coussens studeerde klassieke filologie aan de Universiteit Gent en theaterwetenschappen aan de universiteit Antwerpen. Ze is recensent bij De Morgen en publiceert in verschillende cultuurmedia , waaronder Ons Erfdeel, rekto:verso, Etcetera, Staalkaart en Theatermaker. Tussen 2007 en 2010 faciliteerden het VTI en De Buren het Vlaamse Corpus Kunstkritiek waaraan zij twee jaargangen deelnam.

Van 2006 tot 2012 maakte ze deel uit van de beoordelingscommissie Theater van de Vlaamse Gemeenschap. Ze doceert momenteel aan de Arteveldehogeschool rond cultuurtheorie en –beleid, en geeft een praktisch vak rond kunstkritiek.

Evelyne Coussens is een belangrijke stem in het Vlaamse publieke debat over kunstkritiek. In haar statement bij de presentatie van de Etcetera-special tijdens Het Theaterfestival in het Kaaitheater op 6 september 2013, eindigde haar pleidooi voor naïviteit met:

“Laat iedere criticus dus staan voor zijn vak, zijn integriteit bewaken en dicht bij zichzelf blijven. Doen wat hij vindt te moeten doen, wat zijn core business is. Een beetje minder angst, en een beetje meer geloof en vertrouwen in de relevantie van de eigen kunstkritische praktijk, zou ons allemaal goed doen.”

In Kontro:verso #1, een project van De Zendelingen debatteert ze, gefilmd en wel , met Wouter Hillaert over de zin en onzin van nieuwe vormen van kunstkritiek. En als De Zendelingen haar vragen mee te doen aan hun experimenten en live in debat te gaan met regisseur Stijn Devillé over wiens voorstelling Angst ze een kritiek schreef, doet ze dat met verve(Kontro:verso #3)

Kontro: Verso #1: Coussens versus Hillaert

 

Over de zin en onzin van een nieuwe kunstkritiek

Kontro:verso #3: Coussens versus Devillé

Wat wij van haar wilden weten:

Welke theatermaker is jouw favoriet?
Oei, moeilijk – er zijn er veel, en namen noemen is een beetje sneu. Laat ik het algemeen houden: mijn hart klopt net iets sneller voor jong en/of hybride werk dan, voor de gezelschappen die al jaren bezig zijn. Vaak treedt er toch een beetje ‘vormvermoeidheid’ op bij regisseurs die langer bezig zijn, al geldt dat natuurlijk niet voor iedereen.

Zijn er critici waar jij altijd heel scherp op let?
Ik lees graag veel verschillende meningen – al valt het me op dat Nederlandse critici vaker lovender zijn dan Vlaamse. In Nederlandse media vliegen de vier- en vijfsterrenrecensies je rond de oren, waardoor het genre soms een beetje kort van adem dreigt te raken – hoe kan je nog boven die superlatieven uitstijgen?

Waaraan moet voor jou een goed essay voldoen?
Heldere maar beeldrijke taal zonder academisme, loepzuivere structuur, stevige argumentatie en kritische, persoonlijke inslag. Een poëtische toets is nooit weg, maar ik heb een hekel aan wolligheid.

Wat mis je in de hedendaagse theaterkritiek?
Diepgaande analyse van het kunstwerk zelf, in plaats van een makkelijk en vrijblijvend napraten van wat vandaag politiek correct is om te verkondigen: algemeenheden over neoliberalisme, diversiteit, crisis… Wie kijkt nog écht naar wat het kunstwerk zelf vertelt, in plaats van de salonfähige moraal van een regisseur?

 

—–

Het Nederlands Toneelverbond geeft één keer per jaar een jonge auteur de kans zijn of haar gedroomde essay te schrijven, middels de uitreiking van de Marie Kleine-Gartman Pen. De winnaar ontvangt voor de opdracht een bedrag van 1500 euro.

Voor de Marie Kleine-Gartman Pen 2014 komen in aanmerking: Robbert van Heuven, Sébastien Henderickx, Erica Smits, Charlotte de Somviele, Evelyne Coussens, Simon van den Berg, Daan Bauwens en Tobias Kokkelmans.

Houd de kersverse NTV site in de gaten. De komende weken zetten we de genomineerden één voor één in de spotlights.

15 Vlaamse en Nederlandse auteurs dongen mee naar de Pen. De jury, Max Arian, Anoek Nuyens, winnares van 2013 en Naima Azough, las 31 artikelen. Het volgens de jury beste artikel van de genomineerde auteurs vind je de komende weken hier en straks in de publicatie ter gelegenheid van de uitreiking van De Pen op 8 december (Brakke Grond, Amsterdam, 17.00 – 19.00 uur, aanmelden via nederlandstoneelverbond@gmail.com).

In 2005 kreeg Ellen Walraven de eerste Marie Kleine-Gartman Pen (MKP) en 1500 euro om haar droomessay over theater te schrijven. Zij gaf in 2006 het houten, klassiek gegraveerde doosje met de balpen door aan Lotte van den Berg. Tot 2013 was dit het format van de MKP: de penhouders kozen hun opvolgers. De overdracht vond plaats tijdens het Feest der Kritiek, een feestelijke en intellectueel inspirerende bijeenkomst in de context van het Theaterfestival. Later gebeurde dit samen met de uitreiking van de Taalunie Toneelschrijfprijs. De essays werden uitgereikt aan de bezoekers en gepubliceerd op de site van het Verbond of in de Theatermaker. Penhouders waren Igor Dobricic, Marijke Hoogenboom, Eugène van Erven, Wouter Hillaert en Pieter de Buysser.

Voor 2013 ontwikkelde het NTV een nieuw format. Het wilde De Pen terug hebben in handen van het jonge kritische talent – dat immers nauwelijks elders kansen krijgt om het genre van het theateressay te beoefenen. Een jury bestaande uit twee oud Penhouders, Lotte van den Berg en Wouter Hillaert, en dramaturg en oud-critica Dirkje Houtman las een lange reeks van door redacties van kranten en kunsttijdschriften ingestuurde artikelen en koos op basis daarvan de auteur die het essay van 2013 mocht schrijven. Dat werd Anoek Nuyens, op basis van Westen, Wake Up! (eerder verschenen op www.rektoverso.be.) Westen, Wake Up! en artikelen van zeven andere auteurs werden gebundeld in Eerst is het zaak om wakker te worden. Shortlist Marie Kleine-Gartman Pen 2013.

[omhoog]