10 apr 2019

Winnaar: Maarten De Pourcq

0 Comment

Met zijn essay ‘Ik ben naar buiten gekomen’ won Maarten De Pourcq de Marie Kleine-Gartman Essayprijs 2019. Het essay wordt gepubliceerd in De Groene Amsterdammer (18 april).

Maarten De Pourcq (foto: Michiel van Kempen)

De Pourcq richt zijn blik op een vrouw die het recht in eigen hand neemt: Medea. In zijn essay trekt hij een lijn van de klassieken naar het hedendaagse theater, langs de vele Medea’s die ten tonele zijn gevoerd. Van Euripides en Seneca, via Jan Fabre en Ola Mafaalani tot debutant Khadija El Kharraz Alami. Zijn centrale vraag is: ‘Wat betekent dat dan: vrouwen die spreken in het theater, toen en nu?’

Het essay is op een jaloersmakende manier doorwrocht en leesbaar tegelijk. Op trefzekere wijze schetst de auteur de verschillende rollen die Medea toebedeeld krijgt. Van rebel tot protofeminist, van barokke wraakengel tot symbool om allerlei vormen van uitsluiting aan te kaarten. Daarnaast staat hij stil bij de maatschappelijke rol die het theater vervult – in de oude Griekse democratie en in de onze. Daarbij maakt De Pourcq duidelijk dat het theater vaker dienst doet als ruimte voor zelfreflectie (waarbij de bestaande sociale orde wordt bevestigd) dan als platform voor daadwerkelijke maatschappelijke verandering.

Daarmee kampt het instituut theater, dat zich beroept op zijn emancipatoire potentieel en dat een zelfverklaard progressief publiek bedient, met een groot probleem. ‘Welke zin heeft het om rebelse vrouwen op de scène te laten spreken,’ schrijft hij, ‘als het instituut, dat laat spreken, die rebellen in de eigen rangen nauwelijks aan het woord laat? Welke zin heeft het om een klassieker zoals Euripides’ Medea op te voeren als het politieke potentieel ervan louter tot applaus in de zaal leidt terwijl achter de schermen de mannelijke regisseur of de mannelijke artistiek leider ‘zijn’ actrices en vrouwelijke makers de mond snoert?’ Het is een uitermate verontrustende conclusie.

Maarten De Pourcq (1979) is classicus en cultuurwetenschapper. Hij werkt als hoogleraar Europese letterkunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij is ‘gefascineerd door oude dingen, verhalen en ideeën – wat wij daarmee doen en wat zij met ons doen’.

[omhoog]